Afficher un message
Vieux 10/10/2007, 19h36   #2
l0v3y0u
Elève muet
Points: 710, Niveau: 14
Points: 710, Niveau: 14 Points: 710, Niveau: 14 Points: 710, Niveau: 14
Activité: 0%
Activité: 0% Activité: 0% Activité: 0%

Avatar de l0v3y0u

Date d'inscription: octobre 2007
Localisation: Belgique
Âge: 21
Messages: 12
Sujets: 1 Sujets
Remerciements: 0
Remercié 0 fois
l0v3y0u est sur la bonne voie

Verbes irréguliers, aussi appellés " temps primitifs "
En Néerlandais, on en compte 100.

beginnen begon, is begonnen : commencer
begrijpen begreep, heeft begrepen : comprendre
besluiten besloot, heeft besloten : décider
blijken bleek, is gebleken : se révéler
blijven bleef, is gebleven : rester
breken brak, heeft/is gebroken : casser
brengen bracht, heeft gebracht : porter
denken dacht, heeft gedacht : penser
doen deed, heeft gedaan : faire
dragen droeg, heeft gedragen : porter
eten at, heeft gegeten : manger
gaan ging, is gegaan : aller
geven gaf, heeft gegeven : donner
hebben had, heeft gehad : avoir
helpen hielp, heeft geholpen : aider
houden hield, heeft gehouden : tenir
kiezen koos, heeft gekozen : choisir
kijken keek, heeft gekeken : regarder
komen kwam, is gekomen : venir
kopen kocht, heeft gekocht : acheter
krijgen kreeg, heeft gekregen : obtenir
laten liet, heeft gelaten : laisser
lezen las, heeft gelezen : lire
lijden leed, heeft geleden : souffrir
lijken leek, heeft geleken : paraître
lopen liep, heeft/is gelopen : courir / marcher
nemen nam, heeft genomen : prendre
rijden reed, heeft/is gereden : rouler
roepen riep, heeft geroepen : appeler
schenken schonk, heeft geschonken : offrir
scheppen schiep, heeft geschapen : créer
schijnen scheen, heeft geschenen : paraître
schriiven schreef, heeft geschreven : écrire
snijden sneed, heeft gesneden : couper
spreken sprak, heeft gesproken : parler
staan stond, heeft gestaan : être debout
sterven stierf, is gestorven : mourir
strijden streed, heeft gestreden : lutter
vallen viel, is gevallen : tomber
vangen ving, heeft gevangen : attraper
vergelijken vergeleek, heeft vergeleken : comparer
vergeten vergat, heeft/is vergeten : oublier
verliezen verloor, heeft verloren : perdre
vinden vond, heeft gevonden : trouver
vragen vraagde/vroeg, heeft gevraagd : demander
werpen wierp, heeft geworpen : jeter
weten wist, heeft geweten : savoir
winnen won, heeft gewonnen : gagner
worden werd, is geworden : devenir
zeggen zei/zegde, heeft gezegd : dire
zenden zond, heeft gezonden : envoyer
zien zag, heeft gezien : voir
zijn was, is geweest : être
zitten zat, heeft/is gezeten : être assis
dringen drong, heeft/is gedrongen : pousser
hangen hing, heeft gehangen : pendre
slaan sloeg, heeft/is geslagen : battre
sluiten sloot, heeft/is gesloten : fermer
zingen zong, heeft gezongen : chanter
wassen waste, heeft gewassen : laver
dwingen dwong, heeft gedwongen : contraindre
liggen lag, heeft gelegen : se trouver
stijgen steeg, is gestegen : monter
drinken dronk, heeft gedronken : boire
lachen lachte, heeft gelachen : rire
meten mat, heeft gemeten : mesurer
verdwijnen verdween, is verdwenen : disparaître
vliegen vloog, heeft/is gevlogen : voler
blazen blies, heeft geblazen : souffler
gieten goot, heeft gegoten : verser
ruiken rook, heeft geroken : sentir
springen sprong, heeft/is gesprongen : sauter
bijten beet, heeft gebeten : mordre
bidden bad, heeft gebeden : prier
buigen boog, heeft/is gebogen : courber
treffen trof, heeft getroffen : frapper
glimmen glom, heeft/is geglommen : briller
stelen stal, heeft gestolen : voler
stinken stonk, heeft gestonken : sentir mauvais
strijken streek, heeft/is gestreken : repasser
wegen woog, heeft gewogen : peser
bieden bood, heeft geboden : offrir
binden bond, heeft gebonden : relier
drijven dreef, heeft/is gedreven : flotter
genezen genas, heeft/is genezen : guérir
glijden gleed, heeft/is gegleden : glisser
grijpen greep, heeft gegrepen : saisir
jagen jaagde/joeg, heeft gejaagd : chasser
klimmen klom, heeft/is geklommen : grimper
liegen loog, heeft gelogen : mentir
schrikken schrok, is geschrokken : prendre peur / être effrayé
schuiven schoof, heeft/is geschoven : pousser à l'écart
spijten speet, heeft gespeten : regretter
steken stak, heeft gestoken : piquer
verbieden verbood, heeft verboden : défendre
vriezen vroor, heeft/is gevroren : geler
wijzen wees, heeft gewezen : montrer
zoeken zocht, heeft gezocht : chercher
zwemmen zwom, heeft/is gezwommen : nager
zwijgen zweeg, heeft gezwegen : se taire
Femmel0v3y0u est déconnecté   Réponse avec citation